Skip directly to content

Laatste nieuws

Secundair onderwijs

Op de leeftijd van 12 à 14 jaar gaan de meeste leerlingen met downsyndroom naar het buitengewoon secundair onderwijs. Een klein aantal leerlingen gaat voort in het secundair inclusief onderwijs.

Indien u, al dan niet samen met uw kind, de keuze maakt voor buitengewoon secundair onderwijs dan kan u terecht in opleidingsvorm 1 of opleidingsvorm 2.

OV1 geeft een sociale vorming met het oog op integratie in een beschermd leefmilieu en OV2 geeft een algemene en sociale vorming en een arbeidstraining met het oog op integratie in een beschermd leef- en werkmilieu.

De keuze voor een opleidingsvorm gebeurt in overleg met het CLB. Meer informatie over deze opleidingsvormen vind je hier.

U kan echter ook kiezen voor inclusief secundair onderwijs. Meestal komen jongeren met downsyndroom terecht in het beroepsonderwijs. Dit is alleszins geen evidente keuze omdat de geboden ondersteuning voorlopig nog steeds vrij beperkt is. Toch is ook deze keuze de moeite van het overwegen waard. Ouders voor Inclusie is een organisatie die u kan helpen in uw zoektocht naar geschikt gewoon onderwijs voor uw zoon of dochter met downsyndroom.

Zoals in elke school zijn er immers goede en slechte leerprogramma’s. Betrouwbare en bezorgde leerkrachten zijn een must voor het slagen van het leerprogramma.  Het is duidelijk dat men met het oog op de beperkingen bij kinderen met downsyndroom enkele toegevingen moet doen, maar ook zij verdienen de mogelijkheden om op het hoogst mogelijke niveau te presteren.

Met volharding, enthousiasme, realistische verwachtingen, steun, aanmoediging én liefde kan een kind met downsyndroom verbazend goed presteren en zich ontwikkelen in een schoolse omgeving.

Bij het zoeken naar een school mag u zich niet laten leiden door de folders die de school uitgeeft. Men kan met andere ouders gaan praten. Praat met de betrokken leerkrachten en/of begeleiders.  Vraag om een kijkje te mogen nemen. Vraag welke faciliteiten en mogelijkheden zij hebben. Probeer te achterhalen wat de werkelijke steun van de directie is, en of de leerkracht de beschikbare mogelijkheden en hulpmiddelen gebruikt. Maak voor uzelf uit of de leerkracht van zijn werk houdt en graag met kinderen werkt. Kijk of de leerkracht met u wil en kan communiceren. (Bron: De zorg voor kinderen met downsyndroom, J. Unruh)