Skip directly to content

Laatste nieuws

Literatuur

Jeugdboeken

Jozefientje mongolientje

Verroen, Dolf, (2003), “Jozefientje mongolientje”, Van Goor, Amsterdam (NL),    ISBN 9789000035007, 109 blz.

Voor lezers vanaf 9 jaar.

Het waargebeurde verhaal van Josefientje wordt verteld door haar broertje Jens (10 jaar). Die ligt in de knoop met zijn gevoelens voor zijn grote zus. Hij vindt haar vreselijk lief en vrolijk, maar tegelijk ziet hij dat andere mensen Josefien raar vinden. Josefien is een twintigjarige vrouw met downsyndroom die sigaartjes rookt, biertjes drinkt en lol maakt met haar vriendinnen in tehuis Vogelenzang. Jens verdedigt haar tegenover de buitenwereld en wil haar steeds beschermen. Al is dit helemaal niet nodig. Josefientje redt zichzelf. Totdat haar hartprobleem erger wordt en ze overlijdt.

Het verhaal is onderverdeeld in drie delen, die steeds worden voorafgegaan door korte, cursief gedrukte achtergrondinformatie. Elk genummerd hoofdstuk is geïllustreerd met een mooi zwart-grijs vignet van een thema uit dat hoofdstuk. Korte zinnen, veel nieuwe regels en met een duidelijk leesbaar lettertype. Een warm pleidooi voor integratie van mensen met een handicap.

De tekeningen van Prinses Peetjie

Van Gurp, Peggy, (2009), “De tekeningen van Prinses Peetjie”, Clavis, Hasselt, ISBN 9789044809442, 26 blz.

Prentenboek voor kleuters vanaf 2 jaar en zelf lezen vanaf 7 jaar.

Als prinses Peetjie geboren wordt, zien de koning en de koningin meteen dat ze niet helemaal hetzelfde is als andere kinderen. De dokter vertelt hun dat hun dochtertje het syndroom van Down heeft, en hij legt uit wat dat is. Prinses Peetjie groeit op tot een vrolijk en gelukkig prinsesje, al heeft ze het soms moeilijk met bepaalde dingen. Maar er is veel dat ze wel kan …

Een teder verhaal over een meisje dat net iets anders is dan andere kinderen, maar juist daardoor iedereen op haar eigen speciale manier vrolijk maakt.

De warme illustraties vullen de tekst perfect aan.

Prinses Peetjie ziet er anders uit dan andere kinderen; dat komt omdat ze het syndroom van Down heeft. Sommige dingen kan ze daarom niet zo goed, maar ze kan wel mensen opvrolijken met haar tekeningen en goede humeur. Zoals koning Asaki wiens hondje is overleden. In dit prentenboek wordt op een toegankelijke manier duidelijk gemaakt dat kinderen met het syndroom van Down in principe gewone kinderen zijn, die ondanks hun beperkingen veel dingen wel kunnen.

Mijn zusje is anders

Van Andel Lydia, Blokland Cherouke, van Sijl Ineke, ( 1997), “Mijn zusje is anders”, De Ruiter/Educatieve Partners, Houten (NL), ISBN 90 05 00787 7, 24 blz.

Voor kleuters vanaf 4 jaar en lezers vanaf 7 jaar.

Dit is een boek uit de kijkdoos. De kijkdoos is een serie informatieve boeken voor kinderen vanaf 4 jaar. Met foto’s, tekeningen en teksten op twee leesniveaus: om te bekijken, te lezen, voor te lezen, iets van op te steken en iets in op te zoeken.

Op de achterkant van dit boek lezen we dat Leona en Tonny anders zijn. Dat zie je aan hun gezicht en merk je als je ze hoort praten. Leona en Tonny zijn allebei vrolijk en houden van lekker eten. Leona kan nog veel leren en Tonny heeft al veel geleerd. Maar er moet altijd iemand zijn die voor hen zorgt.

Anders zijn – Waarom kan Max niet fluiten

Staring Jennine, Flannery Trish, Nijenhuis Marita, (2006), “Anders zijn – Waarom kan Max niet fluiten”, Kwintessens, Amersfoort (NL) ISBN 9789057881589, 23 blz.

Voor kleuters vanaf 5 jaar en lezers vanaf 7 jaar.

Robin gaat met mama naar de kinderboerderij. Daar is een lief konijntje. Robin durft het konijntje niet op te pakken. Een jongen tilt het konijntje op en duwt het in Robins armen. De jongen ziet er een beetje anders uit dan andere jongens en hij praat en loopt ook anders. Hij heet Max en zorgt voor de dieren. Max lacht veel en heeft leuke plannetjes. Robin heeft met Max die middag veel plezier. Als Max vraagt: 'Vriend?' weet Robin het wel: ja, ze worden vriendjes.

Dit boek maakt deel uit van een serie prentenboeken waarin per deel een emotie of abstract begrip aan de orde komt, verwerkt in een verhaal. In dit deel gaat het om 'anders zijn'. Robin ontmoet bij de kinderboerderij Max, die het syndroom van Down heeft. Al snel raken de twee bevriend. De herkenbaarheid is groot, in de tekst, die eenvoudig en voorspelbaar is, maar ook in de illustraties (getekend in kleur en foto's in zwart-wit).

Per dubbele pagina staat een gebeurtenis centraal, met daarbij een toelichting en interactieve vragen. Het boek biedt een goed aanknopingspunt om met kinderen in de klas over 'anders zijn' te praten. Voor in het boek staan daartoe achtergrondinformatie, instructies en (boeken)tips.

Clara gaat naar zee

Quarzo, Guido, 2002, “Clara gaat naar zee”, Lemniscaat, Rotterdam (NL), ISBN 9789056373115, 94 blz.

Voor lezers vanaf +/- 10 jaar.

De 14-jarige Clara woont in Italie en heeft het Syndroom van Down. Kenmerkend is haar positieve instelling; ze gaat uit van de zaken die ze kan en ze laat zich leiden door de emoties van het moment. Deze impulsiviteit brengt haar ertoe om, als ze even aan de aandacht van haar moeder ontsnapt, naar zee te gaan.

Ze brengt hiervoor een aantal spelenderwijs aangeleerde vaardigheden in de praktijk. Een aantal 'obstakels' op haar weg zoals argwanende volwassenen worden met behulp van een dosis geluk en haar eigen inbreng omzeild, zodat ze uiteindelijk haar doel bereikt: de zee. De schrijver vertelt niet alleen over de reis, maar verweeft er ook zaken uit Clara's dagelijkse leven in. Een ontwapenend mooi verteld verhaal dat het inlevingsvermogen van de lezer zal vergroten, maar dat ook zal blijven "hangen".

De schrijver ontving in 1999 de "Premio Castello", een Italiaanse kinderboekenprijs, voor dit verhaal.

Niet uitlachen

Provoost, Anne (1991), “Niet uitlachen”, Zwijsen, Tilburg (NL), ISBN 9789027619440, 27 blz.

Leeftijd vanaf 8 jaar.

Neel sluit in het zwembad vriendschap met Lien, die net als Neel elke dag komt zwemmen. Soms is ze bang. Nee, niet bang voor het water of op de glijbaan. Ze is bang voor die grote jongen, waar iets mis mee is. Het blijkt Stijn te zijn.

In dit boek wordt duidelijk dat iemand met downsyndroom je vriend kan zijn, waar je graag mee van de glijbaan gaat. De gevoelens die erbij horen als je iemand tegen komt, die er anders uitziet, anders praat en zich soms anders gedraagt, worden besproken. Neel laat ook duidelijk merken dat het niet altijd tof is om de kleine zus van Stijn te zijn. Soms durft ze het niet te vertellen, maar dan is weer apetrots op haar broer, de zwemkampioen.

Mijn jaar: 1. lente

Morvan, Jean-David & Taniguchi Jiro, “Mijn jaar: 1. lente”, Van der Heide produkties, Zandvoort (NL), ISBN 978-90-8558-179-6.

Dit is een wonderlijk stripverhaal, een samensmelting van een Japanse manga en een Europese strip. Capucine is net acht geworden. Ze is een meisje als alle andere meisjes, op één puntje na dan: Capucine heeft trisome 21.

Noa heeft het downsyndroom

Moore-Mallinos, Jennifer, (2009), “Noa heeft het downsyndroom”Bakermat, Mechelen, ISBN 9789054614333, 32 blz.

Voor lezers vanaf 7 jaar.

Zoë en Noa ontmoeten elkaar op zomerkamp en al spoedig zijn ze beste vriendinnen, ondanks het feit dat Noa een meisje is met downsyndroom. De meisjes ontdekken al snel dat ieder kind talenten heeft en dat we, door mekaar te helpen, onze angsten en onzekerheden overwinnen.

Dit boek tracht de taboes te doorbreken die er bestaan rond downsyndroom en hun opvoeders.

En toen kwam Linde

Minne, Brigitte, (2003), “En toen kwam Linde”, De Eenhoorn, Wielsbeke, ISBN 9789058382092, 77 blz.

Voor lezers vanaf +/- 10 jaar.

Sinds de dood van Lowies moeder zonderen de elfjarige Lowie en zijn vader zich van iedereen af. Maar dan krijgen ze nieuwe buren: Linde en haar ouders. Linde is vijftien jaar en heeft het syndroom van Down. Hun ontmoeting is het begin van een heel bijzondere vriendschap.

Met haar felgekleurde kleren en haar grote mond lijkt Linde wat op Pippi Langkous. Lowie en Linde beleven tijdens de zomervakantie allerlei grappige en verrassende avonturen. Linde slaagt er uiteindelijk in om door het koele pantser van Lowie en zijn vader te breken.

Dit boek was ook het geschenkboek van de jeugdboekenweek 2003.

Hoezo down

Kommer, Caroline van de, “Hoezo down”, Uitgeverij Unieboek in Houten (NL) ISBN 9789049108236, 144 blz.

Hoe ziet het leven eruit als je downsyndroom hebt en tussen de 15 en 25 jaar bent? Is het werkelijk anders dan het leven van jongeren zonder Down?

Tien jongeren met downsyndroom vertellen in dit boek over hun leven. Over het gezin waarin ze opgroeien, over vriendschap en liefde, over school, over hun hobby’s en hun kijk op de toekomst.

Ze vertellen hoe het is om ‘anders’ te zijn dan anderen en laten zien hoe zij de wereld beleven.

De verhalen worden afgewisseld met paginagrote portretten en met speciale themapagina’s met kunstwerken. De prachtige foto’s zijn van Eva Snoijnk.

Anders dan anderen

Janssen, Kolet (2003), “Anders dan anderen”, Zonneland nummer 36 - 2003, Averbode, 16 blz. In dit speciale themanummer van Zonneland vindt u alles over kinderen met downsyndroom. Wat er zoal aan bod komt:

Ellen en Mattias: een aangrijpend verhaal waarin Ellen, haar broertje Mattias volgt, die voor het eerst naar de gewone school gaat. Mattias heeft downsyndroom en dat heeft zo zijn gevolgen.

  • Zoveel vragen: leerlingen krijgen antwoord op al hun vragen omtrent het syndroom van Down;
  • De dokter komt in de klas: de vragen met een meer medische inslag worden hierin beantwoord;
  • Op bezoek bij Hanne en Silke: Silke is 12 en heeft downsyndroom, haar zusje Hanne is 10;
  • Heel wat te doen: allerlei initiatieven en projecten rond mensen met een mentale handicap;
  • Aan jou: enkele doe-opdrachten;
  • Frekie: het treffend gedicht van Willem Wilmink.

Zonneland wordt speciaal geschreven voor kinderen van het vijfde en zesde leerjaar. De informatie gegeven in dit themanummer sluit prima aan bij hun beleveniswereld en is goed te gebruiken bij het maken van een werkstukje of een spreekbeurt. U kunt ‘Anders dan anderen’ ook goed (samen) lezen of voorlezen als er in de buurt, de vriendenkring of uw eigen gezin een kindje wordt geboren met het syndroom van Down. In duidelijk, goed verstaanbare taal wordt er gesproken over feiten, gevoelens en emoties.

Te bestellen in onze webshop.

Big

Geus, Mireille, (2005), “Big”, Lemniscaat, Rotterdam (NL), ISBN 90-5637-736-1, 116 pagina's

Lizzy is anders. Ze gaat naar een speciale school en in de buurt hoort ze er niet bij - de andere kinderen spelen zonder haar. Maar dan verschijnt plotseling het nieuwe meisje; ze noemt zichzelf Big. Tussen Lizzy en Big ontstaat iets wat lijkt op vriendschap - een vriendschap waarin Big het voor het zeggen heeft en Lizzy gaandeweg steeds meer gedwongen wordt dingen te doen die ze eigenlijk niet wil. Lizzy weet niet hoe ze zich tegen de bazige Big moet verzetten. Bovendien heeft ze nu toch wat ze altijd wilde, een vriendin?

Dit boek werd bekroond met de Gouden Griffel 2006.

Jan-Willem uit de Prentenboompjes

Fährmann, Willi, (1990), “Jan-Willem uit de Prentenboompjes”, Bekadidact, Baarn (NL), 9789032103736, 31 blz.

Prentenboek vanaf 6 jaar, zelf lezen vanaf +/- 8 jaar.

Jan-Willem wordt als jongste in een groot gezin met het syndroom van Down geboren. In een anekdotische verteltrant ontstaat een verhaal waarin in rake typeringen de hoofdfiguur wordt beschreven. Jan-Willem is een goeiige knul die zijn omgeving pleziert en soms tot last kan zijn. Al is hij een kind met speciale behoeften, hij kan zich uitstekend redden.

De buurt waarin hij leeft, neemt hem soms stroef, soms overvriendelijk als een gewoon mens in hun gemeenschap op. De ruimschoots aanwezige zwart-witte en naar waterverfschilderingen ogende illustraties zijn ondanks hun wat plompe uitvoering bijzonder uitdrukkingsvol. Achterin is in dialoogvorm een begrijpelijke uitleg over het syndroom van Down opgenomen.

Mijn zusje heeft downsyndroom

Doppen, Jon, (2010), “Mijn zusje heeft downsyndroom”, Pica, Huizen (NL), ISBN 9789077671498, 20 blz.

Prentenboek voor kleuters vanaf 2 jaar en zelf lezen vanaf 7 jaar.

In dit kleurige prentenboek wordt aan kinderen uitgelegd wat downsyndroom is. Het nieuwe zusje ziet er anders uit, en is ook een beetje anders dan andere kinderen. Soms is dat raar, maar dat kan ook fijn zijn.

De schrijfster heeft twee kinderen, Chris en Nina. De jongste, Nina, heeft downsyndroom. Na een heftige start en omdat Nina extra begeleiding nodig heeft, zocht Jon naar een manier om aan Chris uit te leggen wat Nina heeft, maar kon daar niks over vinden. Daarom besloot ze zelf een prentenboek te maken om brusjes in begrijpelijke taal uit te leggen wat downsyndroom inhoudt.

Te bestellen in onze webshop.

Iet wiet waait weg

Den Hollander, Vivian (2001), “Iet wiet waait weg”, Unieboek, ISBN 9789026993992, 80 blz.

Voor lezers vanaf +/- 7 jaar.

David is pas verhuisd en zit nu op een nieuwe school. Het is wel even wennen, want in zijn nieuwe klas moet hij ook hoofdletters schrijven. Gelukkig zit er een heel aardig meisje naast hem, Floortje, met wie hij al snel vriendschap sluit. En achter hem zit Judith, een lief meisje dat soms wel een beetje vreemd doet. Judith wordt door de juf en door de andere kinderen uit de klas een beetje apart behandeld, maar het duurt een poosje voordat David begrijpt dat ze gehandicapt is (Syndroom van Down).

Hij heeft tenslotte zo zelf zijn zorgen: hij wil zijn moeders nieuwe vriend, Don, wegpesten. Samen met Floortje bedenkt hij daarvoor plannen. Maar als David in de puree zit, blijkt dat Don hem eruit helpt. En Don is ook heel aardig voor Judith. David zal zich best thuis gaan voelen in de nieuwe situatie. Prima verhaal in zestien korte hoofdstukken met veel grappige dialogen en korte zinnen. Het geheel is voorzien van een groot aantal vrolijke tekeningen in zwart-wit met grijstinten.

Sunny

Collura, Mary-Ellen, (1995), “Sunny”, Sjaloom, Amsterdam (NL), ISBN 9789062492336 140 blz.

Voor lezers vanaf +/- 12 jaar.

Sophie en haar broer Mike wonen ver buiten de stad in het Zuiden van de Verenigde Staten. Mike heeft downsyndroom. Beiden zijn gek op paarden. Voor broer en zus breekt er een gelukkige tijd aan als er aan de overkant van hun huis een racepaard in de weide staat. Sunny is het paard van een rijke overbuurman. Het paard is gewond en moet rusten voor het weer mag gaan racen. Mike blijkt een zeer positieve invloed te hebben en mag af en toe op Sunny rijden en Sophie ziet zelfs kans hem weer races te laten winnen. Zolang broer en zus met het paard bezig zijn is alles goed, maar thuis gaan de zaken minder prettig. Vader heeft het er moeilijk mee dat hij een gehandicapte zoon heeft en moeder besluit om samen met Mike het gezin een tijdje te verlaten.